Aliens – Een kleine uiteenzetting, licht wetenschappelijk, dus geen angst
Aliens – Een kleine uiteenzetting, licht wetenschappelijk,
dus geen angst
De Amerikaanse regering heeft enkele dossiers over ufo’s
vrijgegeven, maar zoals verwacht zijn ufologen niet tevreden over het
resultaat. Zij hebben ons immers jarenlang bestookt met wilde verhalen over
gecrashte vliegende schotels, gesofistikeerde technologie en, last but not least, buitenaardse bezoekers die in supergeheime
detentiecentra werden onderzocht. Het vrijgegeven materiaal bestaat uit niet
veel meer dan wat vage rapporten over waarnemingen die niet goed te
verklaringen zijn en wat foto’s waarop tamelijk onduidelijke vliegende
voorwerpen te zien zijn. Ik kan me voorstellen dat de teleurstelling groot is.
In een artikel in de New York Times merkt de astrofysicus
Neil deGrasse Tyson op dat hij al blij zou zijn geweest met één alien, levend
of dood, het maakt niet uit. Eén alien, is dat nou echt te veel gevraagd? (*1). Hij
gelooft overigens niet dat zo’n alien zal worden gepresenteerd – ik ook niet –
maar filosofeert desondanks over de vraag hoe zo’n alien er eventueel zou
kunnen uitzien. Daar heb ik ook al vaak over nagedacht, al heb ik mijn studie
astrofysica in tegenstelling tot Neil deGrasse Tyson niet afgemaakt. Wat opvalt
in de talloze sf-verhalen en andere verzinsels over buitenaards bezoek aan onze
planeet, is dat die buitenaardse wezens zoveel lijken op ons: ze zijn
overduidelijk humanoïde, met twee benen, twee armen, grote hoofden en dito ogen
en vaak ook nog een neus en mond. E.T. was geen mens, maar leek toch verdacht veel op een kind. Dat lijkt strijdig met wat we weten over
biodiversiteit, aldus de Grasse Tyson. Veel waarschijnlijker lijkt het volgens
hem dat ze even sterk van ons verschillen als een amoebe of een kwal.
Bestaat er buitenaards leven? Opgemerkt moet worden dat we
er, onze vergevorderde kennis en technologie ten spijt, nog nooit in zijn
geslaagd om in het laboratorium leven te creëren. Om die reden denken sommigen dat de tussenkomst van een bovennatuurlijke entiteit is vereist voor
het scheppen van leven, maar dat zou ons naar een andere discussie voeren. Maar
het mislukken van al die pogingen toont wel aan dat het ontstaan van leven geen
gemakkelijke of alledaagse zaak is: als er al buitenaards leven is, is het
waarschijnlijk erg zeldzaam en er zijn zelfs astrofysici die op grond hiervan
aannemen dat wij alleen zijn, dat, anders gezegd, de aarde de enige planeet is die
leven heeft voortgebracht. Zover wil ik niet gaan, het heelal is immers onvoorstelbaar
groot, telt een vrijwel oneindig aantal sterren, planeten en sterrenstelsels,
en het klinkt aannemelijk dat de uiterst zeldzame voorwaarden die zich op aarde ooit
voordeden, zich ook elders hebben voorgedaan, maar … uit een en ander volgt
ook nog iets anders. Laten we, om dat te illustreren, de vergelijking maken met
de staatsloterij. Om de zoveel tijd is er sprake van een winnend lot, maar het
is weinig waarschijnlijk dat de hoofdprijs twee keer door dezelfde persoon
wordt gewonnen, of door leden van hetzelfde gezin, of zelfs maar door
verschillende bewoners van dezelfde straat. Zo is het ook weinig waarschijnlijk
dat het ontstaan van leven twee keer plaatsvond binnen één en hetzelfde
zonnestelsel, of zelfs maar één en hetzelfde sterrenstelsel. Als er dus al
planeten zijn met leven, en dat kunnen we niet uitsluiten, dan liggen die
waarschijnlijk verspreid door het onvoorstelbaar grote heelal, zo ver van ons
vandaan, dat het niet aannemelijk is dat we bezoek van hun bewoners mogen
verwachten.
Desondanks blijft de vraag hoe ze er uit zouden kunnen zien
intrigerend. Waar ze ook zijn ontstaan of hun tijd doorbrengen in dat immense
heelal, ze zullen onderhevig zijn aan de zwaartekracht. Zonder zwaartekracht zou het heelal zoals we dat kennen niet
kunnen bestaan. Als we even kijken naar onze eigen planeet (ander
vergelijkingsmateriaal hebben we immers niet), dan valt op dat we groter zijn
dan 99% van alle diersoorten. Er zijn natuurlijk grotere wezens, zoals
olifanten, nijlpaarden of neushoorns, maar die zijn niet zo talrijk en vaak
zijn ze evolutionaire brokkenpiloten: er zijn in de regel speciale programma’s
nodig om hun populatie op peil te houden. De zwaartekracht is wortelafhankelijk,
werkt viermaal zo sterk op een lichaam dat twee keer zo zwaar is. Mensen met
overgewicht ondervinden die natuurwet letterlijk aan den lijve: in mijn buurt
woont een vrouw van 1 meter 70 die naar schatting 140-150 kilo weegt. Zelfs een
tochtje naar de buurtwinkel, zo’n 300 meter, is voor haar een grote opgave.
Reuzengroei – in de breedte of de lengte – maakt wezens kwetsbaar. De olifant bekoopt zijn grote omvang met dikke poten: door mensenbenen zou hij heenzakken, een walvis kan alleen in het water overleven. De
meeste levende wezens zijn kleiner en lichter dan wij, en vaak ook talrijker.
Insecten zijn niet te tellen en muizen en ratten zijn, zoals we hebben ontdekt,
niet uit te roeien. Maar ze hebben overwegend een kleine levensduur en al even
kleine hersentjes. Dieren kunnen wel slim zijn, maar de mens is het enige
aardse wezen dat ruimtereizen kan organiseren. De mens is blijkbaar het juiste gemiddelde, niet te groot, niet te klein, niet te zwaar, niet te licht, met een groot hoofd en een verlengde jeugd (om veel nieuwe informatie te verwerken, op volwassen leeftijd gaat dat moeilijker). Ook op andere planeten zal het
leven waarschijnlijk zeer divers zijn, en de meeste levensvormen zullen meer op
wormen of amoebes lijken (als ze al ergens op lijken) dan op ons. Intelligent
leven zal er ook de uitzondering zijn. Om een ufo te bouwen, moet een
beschaving over een uitgebreide technologische vaardigheden beschikken en vermoedelijk
ook talrijk zijn: de Einsteins en Newtons worden niet dagelijks geboren. De
leden moeten ook een ruime levensduur hebben: technologische vaardigheden en
natuurwetenschappelijke kennis worden niet aangeboren maar moeten worden
ontwikkeld, aangeleerd.
Dat alles doet me vermoeden dat aliens die ons zouden hebben
bezocht of dat in de toekomst nog zullen doen, weleens beter op ons zouden
kunnen lijken dan Neil deGrasse Tyson veronderstelt. We kennen natuurlijk niet
de precieze omstandigheden van de planeet waarop zich hebben ontwikkeld, de
zwaartekracht kan er stukken groter of kleiner zijn, maar als die planeet ook
maar een beetje op de onze lijkt (en veel astrofysici gaan daar van uit) dan
zullen ze niet te groot of te klein zijn, en veel ruimte hebben in hun hoofd (of elders) voor een groot verstand. Als je kijkt naar de levende
wezens die onze aardbol bewegen, dan valt het toch op dat velen iets hebben wat
op onze armen, benen, ogen, neus en mond lijkt. Om die reden denk ik dat ook de
hyperintelligente aliens die tot hier geraken armen dan wel poten zullen
hebben, of iets waarop dat lijkt, per slot zullen ze zich ook op hun eigen
planeet hebben moeten kunnen voortbewegen. Ze zullen niet humanoïde zijn, misschien
meer op reptielen lijken, of op iets waarvoor wij geen naam hebben, en
misschien hebben ze niet twee of vier armen/poten, maar een heleboel, of zijn
hun voorarmen uitgegroeid tot vleugels, zoals bij de vogels en kunnen ze dus
ook zonder ufo vliegen. Ze zullen ook hun omgeving kunnen waarnemen, zowel
visueel als auditief, dus ze zullen ook wel iets hebben zoals ogen en oren, of
iets wat als dusdanig functioneert, zoals de echolocatie van onze vleermuizen. En
ze zullen voedsel (energie) tot zich moeten nemen om te overleven, en dan ligt
het bezit van iets wat wij een mond zouden noemen toch wel voor de hand. En tot
slot zullen ze ook een brein moeten hebben, het liefst een heel groot brein. Mocht
er een alien ooit de crash van zijn ruimteschip hebben overleefd en in een
detentiecentrum zijn bestudeerd door een keur van geleerden, dan ben ik er ook
zeker van dat we op het moment dat de Amerikaanse regering besluit om hem aan
het grote publiek te presenteren, we met hem of haar (of het) kunnen
converseren: een wezen dat zo intelligent is dat het een ruimteschip kan
ontwerpen dat in staat is tot intergalactische uitstapjes, moet in staat worden
geacht om binnen afzienbare tijd Engels te leren.
* (1) Het artikel is beschikbaar op de website van The New York Times, maar U zult een account moeten aanmaken om het te kunnen lezen. De Morgen publiceerde een vertaling die (voorlopig) wel zonder kunst- en vliegwerk on-line beschikbaar is: De Morgen - Geef ons gewoon die Aliens.



Reacties
Een reactie posten